Damclub Zenderstad IJsselstein
Damclub Zenderstad IJsselstein
Damclub Zenderstad IJsselstein

Lokzet

 

Bij ieder slagzetje dat zich voordoet op het dambord ben je al gauw geneigd om dirct toe te slaan. Je wilt tenslotte winnend voordeel halen.lokzet1

Mààààààr kijk altijd goed uit!! Het kan zijn dat je tegenstander verder heeft gekeken en je in een valletje wil laten lopen.

Een voorbeeld van een lokzet staat in het diagram hiernaast. Wit heeft als laatste zet 32-27 gespeeld en valt het stuk op 22 aan.

Zwart kan zijn  schijf makkelijk verdedigen door 12-18 te spelen, maar zwart heeft een geniaal idee en speelt 22-28.

In dit geval een echte lokzet!! Wit ziet dat hij een schijf kan winnen. Als hij nu zonder verder na te denken 27-21 16x27 31x33 speelt

komt hij bedrogen uit want zwart speelt simpel 24-30 35x24 20x49. En zwart gaat met de punten naar huis!!

 

In de opgaven hieronder kan wit steeds een slagzet uitvoeren. Het is de bedoeling dat je probeert te ontdekken welke slagzet wit kan uitvoeren. Daarna kijk je hoe zwart dit kan afstraffen.

 

lokzet2lokzet3lokzet4lokzet5lokzet6lokzet7 

Slagkeus

 Slagkeus wil zeggen wil zegen dat je op verschillende manieren kan slaan. Je mag hierbij natuurlijk niet afwijken van de meerslagregel!

Slagkeus kan een bijzonder effect hebben wanneer er bijvoorbeeld op verschillende manieren geslagen kan worden
die toch tot hetzelfde doel leiden. Een voorbeeld van slagkeus kun je zien in het diagram hiernaast.
slagkeus1
Wit speelt 33-29 zwart kan nu op 2 manieren slaan, slaat hij 23x34 dan volgt 43-38 32x43 48x19 en als zwart 24x33 slaat
dan volgt ook 43x38 en weer heeft zwart slagkeus maar of hij nu 33x42 of 32x43 altijd volgt 48x19.

 

 

Hier 9 opgaven waar wit kan winnen door slagkeus

 

slagkeus2slagkeus3slagkeus4slagkeus5slagkeus6slagkeus7slagkeus8slagkeus9slagkeus10

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uitzoekstandjes

 

  1. Via een offer wint wit.
  2. Wit kan winnen via een opsluiting.
  3. Wit wint via een grappig offer
  4. Wit wint door oppositie
  5. Goed kijken, nog 1 zet en wit heeft de winst in zijn broekzak.
  6. Welke zet is de beste: 34-30 of 35-30.
  7. Het lijkt makkelijk voor wit, maar je kan het nog verkeerd doen!
  8. Via een ................. wint wit door oppositie.
  9. Wit moet verdedigen.

 

uitzoek1uitzoek2uitzoek3uitzoek4uitzoek5uitzoek6uitzoek7uitzoek8uitzoek9

De schijven zijn van het bord gevallen


De witte schijven zijn van het bord gevallen. Teken nu de schijven weer op het bord ,je mag kiezen waar je ze neer wilt zetten. Uiteraard wel proberen dat je ze zo neer zet zodat er voor wit een gewonnen stand overblijft !!! En natuurlijk niet meer schijven gebruiken dan die naast het bord afgebeeld staan.

gevallen1 1

gevallen2 1

gevallen3 1

gevallen4 1gevallen5 1

 gevallen6 2gevallen7 2gevallen8 1gevallen9 1

Offeren

Als we een of meer schijven weggeven is dat meestal om te kunnen combineren, maar soms is het wel eens nodig om een schijf weg te geven

waarvoor je niet gelijk iets terugkrijgt. Dit noemen we dan een offer. Soms moet geofferd worden om net remise te halen. In andere gevallen kun je er zelfs mee winnen.

offeren1

Dammers maken er niet heel gebruik van, niet omdat het zo moeilijk is maar omdat men niet op het idee komt.

 

In het diagram hiernaast kan wit alleen door een offer winnen.

Als wit te zuinig is op zijn schijvenword de stand remise.

In dit geval wint wit door het offer: 36-31 (37x26) 15-10(26-31) 10-05.

Als wit nu de lange lijn (5/46) in handen houdt dan moet hij wel winnen.

 

 

 

 

In de volgende 6 standen kan wit alleen winnen door een offer. 

offeren2offeren3offeren4offeren5offeren6offeren7

De Plakker

 

Meerslag gaat voor!!

In het eerste diagram kun je zien hoe wit hier met een handig trucje gebruik van kan maken.plakker1

Zwart heeft zojuist 21-26 gespeeld, wit speelt heel slim 29-24 ( dit noemen we nu een plakker

je plakt hem als het ware tegen de zwarte schijf aan) en zo wint wit makkelijk de partij.

In alle diagrammen wint wit door het nemen van een plakker! let op de laatste 2 diagrammen

moet je zwart eerst op meerslag zetten!

 

 

 

 

 

plakker6plakker7plakker8plakker9plakker10

plakker2plakker3plakker4plakker5

De dwangzet

 

Een dwangzet is een zet waamee we de tegenstander verplichten tot medewerking, de tegenstander hoeft dan niet te slaan , maar door de directe aanval waaraan hij wordt bloot gesteld is zijn zettenkeus toch niet geheel vrij, en na de gedwongen verdedigingszet kan je je plannen uitvoeren, een eenvoudig voorbeeld van een dwangzet zie je in het eerste diagram.

dwangzet5

 

Wit speelt 34-29 als zwart het dreigende 28x9 nier voorkomt is hij kansloos, maar na de 2 zetten die mogelijk zijn om deze dreiging op te heffen 14-20 of 24-30 MAAR er volgt dan altijd 27-21 26x17 29-33 19x28 33x02 met winst

 

 

In de volgende 6 standen kan wit alleen winnen door een dwangzet.

 

 

 

 

dwangzet2dwangzet3dwangzet4dwangzet5dwangzet6dwangzet7

De Afruil

 

Wanneer je bij het geven en nemen van schijven zelf evenveel schijven slaat als de tegenstander, dan hebben we het over een afruil.

Zo kennen we de 1 om 1 ruil 2 om 2 ruil enz. Afruilen kun je voor veel doeleinden gebruiken, bijvoorbeeld:

  • Sterke schijven van de tegenstander ruilen
  • opheffen van nadeel
  • gunstiger velden bezetten
  • opsluiing te voorkomen
  • vastlopen te voorkomen
  • oppositie wisseling, wat hiermee bedoeld word kun je zien in het eerste diagram. Hier heeft zwart de oppositie (met wit aan zet) echter alleen door de afruil 32-27 22x31 36x27 worden de rollen omgedraaid zodat nu wit de oppositie heeft.

Om te onthouden! : Zorg er altijd voor dat er zoveel mogelijk schijven geruild kunnen worden, anders word het moeilijk om schijven die een ongunstige positie hebben van plaats te veranderen. Als er niet meer geruild kan worden is de kans om te kombineren ook veel lastiger.

In de volgende opgaven kan wit winnen door het nemen van een ruil,

 

afruil1afruil2afruil3afruil4afruil5afruil6afruil7

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Damgeven

 

Ook door je tegenstander een dam te geven kunnen vaak verrassende combinaties ontstaan.

Omdat de tegenstander er vaak niet op bedacht is omzomaar een dam cadeau te krijgen.

 

 In het eerste diagram wint wit door zijn tegenstander liefst 2 dammen te geven! 49-43 38x49 48-42 37x48 50-44 49x40 45x34 48x30 35x02.

 

 

 

 

 

In alle opgaven wint wit door zij tegenstander een dam te geven!

 

 

damgeven2damgeven3damgeven4damgeven5

damgeven6 

 

 

 

damgeven7damgeven8damgeven9damgeven10

Tempozet

 

Je moet altijd goed uitkijken voordat je achter een schijf van de tegenstander schuift, waardoor je bij de volgende beurt zelf moet slaan. Door dit te doen geef je je tegenstander de kans een zet te doen, terwijl de eigen zet (of slag) van te voren vastligt.

Je geeft je tegenstander dan, zoals men dit noemt een "vrij tempo" waar deze vaak op verrassende wijze gebruik van kan maken. Een voorbeeld zie je in het eerste diagram.

tempozet1

Zwart heeft zojuist 21-26 gespeeld. Wit profiteert hier als volgt van: 43-39 26x37 38-32 37x28 33x13.

 

 

In de volgende opgaven wint wit steeds door een "vrij tempo"

 

 

 

 

 

tempozet2tempozet3tempozet4tempozet5tempozet6tempozet7tempozet8tempozet9tempozet10

Stille zet

Ook zonder dat wit een zet doet waar de roofzuchtige bedoelingen dik bovenop liggen kan hij zwart in moeilijkheden brengen.

We spreken dan van een stille zet.

Een goed voorbeeld van een stille zet kun je zien in het eerste diagram. Wit speelt 28-23! Dit houdt geen directe dreiging in. Maar met iedere  tegenzet geeft zwart wit de gelegenheid tot winnen.

  

stillezet1

 Op 08-13 volgt 23-19 14x34 39x17. 

Op 18-22 volgt 23-18 12x34 39x10

Op 24-30 volgt 29-24 30x28 33x02

Steeds met winst !

 

 

 

 

 

Dan volgen nu 6 opgaven van een “stille zet" Voor alle opgaven geldt: wit speelt en wint een schijf of de partij. 

  

stillezet2

Meerslag 

 

 

 Meerslag gaat voor!! (Dus de meeste stukken moeten altijd geslagen worden.) meerslag1


Deze regel geeft vaak een verrassende wending in de partij. Wees altijd goed op je hoede voor deze regel,want hij kan zich op ieder moment in de partij voordoen.

Een voorbeeld van meerslag zien we in het diagram hiernaast. Wit speelt 29-24. Zwart mag nu niet 18x20 slaan, maar is verplicht tot 18x27 (meerslag).

en wit slaat nu 31x4.

 

Dan volgen nu 9 opgaven waarmee wit door een meerslag wint.

 

 

meerslag8

meerslag2meerslag3meerslag4meerslag5

meerslag7meerslag9meerslag10